Over de Familie Meinesz

Master Jelle Meinesz en nazaten in Gaasterland.
Inleiding.
In nummer 2 van "Fan Klif en Gaast" werd door Johan Groenewoud in de rubriek 'Zoekplaatje' een foto uit 1910 geplaatst met daarop het personeel van 'De Volharding' in Balk, waaronder drie familieleden van hem en directeur Meinesz. Bij navraag in de familie bleek directeur Meinesz, Simon Meinesz, een zoon van Meine Meinesz te zijn. Deze Meine Meinesz was een kleinzoon van Jelle Meinesz. De naam Jelle Meinesz klinkt de meeste Balksters bekend in de oren, omdat de Jelle Meineszleane naar hem genoemd is. Wie was nu deze Jelle Meinesz, de stamvader van de familie Meinesz en wat deden hij en zijn nazaten in Gaasterland?

Voorouders van Jelle Meinesz.
Jelle Meinesz stamt uit een oud Schoterlands geslacht van boeren, verveners, dorps­rechters en ouderlingen van de Nederlands Hervormde Gemeente.
In de mannelijke lijn kunnen we in de familie teruggaan tot Tiaerdt Tiaerdts, die rond 1530 in Schoterwold werd geboren en overleed in 1603. Onder zijn nakomelingen vinden we Jeip Tiaerds (± 1565-1637), Jolle Jeips (± 1600-1677), Gabe Jolles (±1630­1677) en Jolle Gabes (±1660- voor 1718) met zonen Gabe Jolles (±1700-1775) en Tjeerd Jolles (± 1700-1775), de grootvader van Jelle Meinesz.
Tjeerd Jolles (±1700-1776) geboren en getogen in Nieuwehorne was naast boer ook molenaar. Hij trouwde met Trijntje Larnmerts, die in 1730 overleed. In 1732 hertrouwde hij met Grietje Meines uit 0lderbekoop. De voornaam Meine van Grietje's vader kwam zo als patronymicum in de familie om later door Grietje's kleinzoon Jelle tot achternaam te worden versteend. Uit het tweede huwelijk van Tjeerd Jolles werd o.a. Meine Tjeerds (1736-1803) geboren.
Meine Tjeerds trouwde in 1768 met Hinke Jelledr .. Het echtpaar kreeg zeven dochters en vijf zonen, waarvan Jelle Meinesz als tweede kind en oudste zoon in 1771 in Nieuwehorne geboren werd. Meine Tjeerds was een man van aanzien. Hij was boer en dorpsrechter en van 1788 tot zijn dood in 1803 ouderling van de Nederlands Hervormde Gemeente in N ieuwehorne.
Jolle Gabes (1740-1802), een zoon van Gabe Jolles en Aaltien Luitiens was een volle neef van Meine Tjeerds. Hij vestigde zich in Oudehaske als huisman, veenbaas (vervener) en koopman.
Daarnaast was hij dorpsrechter in Oudeschoot. In 1771 trouwde hij met Sjoerdje Annes. Net als zijn vader was hij zeer welvarend. Hij bezat in 1765 drie koeien, in 1768 19.2 ha land en in 1775 zeven koeien. Hij was één van de Friese veenbazen, die in de duurdere huizen woonden. Jolle Gabes en Sjoerdje Annes kregen negen kinderen, waarvan de oudste dochter, Finne Jolles, in 1796 trouwde met haar achterneef Jelle Meinesz.


De Meerweg op een gravure uit vermoedelijk de 17e eeuw. Jelle woonde in het huis, dat nu nummer 7 is, waarschijnlijk één van de kleine topgevels.
Geheel links herberg 'Het Zwaantje'

Jelle Meinesz, Master Jelle.
Jelle Meinesz werkte aanvankelijk bij zijn vader Meine Tjeerds op de boerderij en verliet in 1789, op achttien jarigeleeftijd, zijn geboortestreek om zich als onderwijzer in Oudemirdum te vestigen. Waarschijnlijk heeft hij door zelfstudie en als onder­meester het vak geleerd. Men kon schoolmeester worden als men hervormd gezind, godsvruchtig en van goed gedrag was. Lidmaat van de Hervormde Kerk was ook een vereiste. Jelle was dat toen nog niet. Dit kan van minder belang geweest zijn, gezien de toen heersende crisis in de republiek(1781-1795), waarin de patriotten zich begonnen te roeren. De patriotten, die vaak uit christelijk verlichte kringen afkomstig 'waren, wilden de uitgesloten burgers bij de politiek en het bestuur betrekken en zo hun
invloed doen toenemen. Hierbij waren ze duidelijk geïnspireerd door de Amerikaanse Onafhankelijkheid van 1776. In 1781 werd een pamflet "Aan het Volk van Nederland" verspreid met scherpe kritiek op de incapabele en weifelachtige stadhouder Willem V en opgeroepen tot het indienen van petities en burgerbewapening om de vrijheid te verdedigen, de zogenaamde vrijkorpsen. De onlusten leiden in 1786 tot overvallen. Met hulp van de Pruisische troepen werd het Oranjeregime in 1787 hersteld. Veel patriotten vluchten naar Frankrijk, waar zich in 1789 de eerste tekenen voordeden, die in 1792 leidden tot de Franse revolutie en het uiteindelijk aan de macht komen van Napoleon Bonaparte in 1799. In de strenge winter van 1794-1795 kwamen de Fransen, deels over het ijs, naar Friesland met hun wel bekende leus "Vrijheid, Gelijk­heid en Broederschap". Stadhouder Willem V werd verdreven en de patriotten konden

terugkeren vanuit Frankrijk en het heft in handen nemen. De Bataafse republiek met een uitgebreid hervormingsprogramma was een feit. In 1796 kwam een nationale verga­dering voor het eerst bijeen. Er werd een verbond gesloten met de Franse Republiek tegen een zeer hoge prijs. Maastricht, Venlo en Zeeuws Vlaanderen werden afgestaan, een schadevergoeding van honderdmiljoen gulden moest worden betaald en de Franse bezettingsmacht van 25.000 militairen die regelmatig vervangen werd, moest worden onderhouden. Zo kwamen 200.000 militairen hier weer op krachten.

De hervormingen hadden ook gevolgen voor het onderwijs, dat tot dan geheel in han­den van de Hervormde Kerk was. In 1795 vond een scheiding van staat en kerk plaats. De school was in het vervolg een zaak van de staat en openbaar en leidde zo tot de jarenlange schoolstrijd, In 1796 werden de schoolmeesters in Balk, Wijckel, Oudem irdum, Mirns-Bakhuizen en Harich afgezet, omdat ze weigerden de "Verklaring volgens publ icatie der Representanten van het Volk van Friesland d.d. 1 I maart 1796 van alle ambtenaren" te ondertekenen. Aangifte voor een nieuwe schoolmeester kon voor 12 mei plaatsvinden. Het traktement voor Balk bedroeg 160 e.g. (Carolusguldens) met vrije woning en verdere emolumenten. Later in de Leeuwarder Courant van 30 juli 1796 werd "ieder kundig en cordaat Patriot" opgeroepen om te solliciteren naar de functie van onder­wijzer en voorzanger van de openbare school in Balk omdat de onderwijzer S.S. Teyema een beroep had aangenomen in Harlingen en"binnen korten tijd derwaard zal vertrekken". Dit had ook gevolgen voor Jelle Meinesz. Hij werd in mei 1796 benoemd tot schoolmeester aan de "openbare" school in Balk en ging in het schoolhuis wonen. In hetzelfde jaar, en wel op 31 juli 1796, trouwde hij te Hoornsterzwaag met zijn achternicht Finne JoUes. Op 16 oktober 1796 werd hij bevestigd als lidmaat van de Hervormde Gemeente te ieuwehorne in tegenwoordigheid van zijn vader Meine Tjeerds, toen ouderling van de gemeente.

Uit het huwelijk van JeJleen Finne werden in Balk tien kinderen geboren: Meine (1797), Jolle (1799), Hendrik (1801), Sjoerd (1804), Hinke (1806), Gabe (1808), Sjoerdje (t810), Tjeerd (1812) Anne (1814) en Cathari.na (1817). Zij werden gedoopt in de
ederlands Hervormde kerk van Balk.
Op 3] december 1811, de laatste dag van het jaar, nam Jelle samen met zijn 7 kinderen bij decreet van Napoleon als familienaam Meines, zijn patronymicum, aan. Hij onder­te-kende de akte met J. Meinesz en de naam is vanaf die tijd altijd met sz geschreven. Finne Jolles nam op dezelfde dag samen met haar familie als achternaam Veerring aan. De naam werd ontleend aan het beroep van haar vader, die vervener was.
Jelle stond bekend als een kundig en ijverig onderwijzer. Hij werd zo de oudst bekende schoolmeester aan de openbare school van Balk. De school vorderingen, die hij met zijn leerlingen bereikte werden opvallend genoemd. In 1803 viel hem een prijs ten deel, waarover de toenmalige inspecteur schreef: "dat h.ij niet na kon laten om aan de kundige en ijverige schoolonderwijzer J. Meinesz den verdienden lof te geven over de aanzienlijke verbeteringen welke in het onderwijs ter zijner school aanstonds in het oog vielen". Zijnjaarlijks traktement van de Staten bedroeg tot 1798 50 e.g. in 1804 f280 plus schoolpenningen en in 1810 f6] O. Onder zijn schoolmeesterschap werd in 1808 een nieuwe school gebouwd.
Ontvanger der rijksbelastingen.

Rond 1805 werd Je He gaarder van N apo leon en later van 1812 tot 1848 ontvanger der rijksbelastingen. Hij deed toen afstand van zijn schoolmeesterschap. In 1814 komt hij nog we] voor op de lijst van onderwijzers in Friesland, die uit s lands kas nog te goed hebben hun traktementen van het jaar 1814". Waarschijnlijk is Jelle door bet huwelijk met zijn nicht Finne vermogend geworden en zo in staat geweest deze functie te vervullen. Men kon alleen ontvanger der rijksbelastingen worden als men zelf over enig kapitaal beschikte. Inde men te weinig dan moest men het ontbrekende bedrag zelf bijbetalen.

Kaart uit I 850 van de Groote Noordwolderveenpolder, waarop de in vervening zijnde gebieden duidelijk zichtbaar zijn.


Vervener.
lelie bleek ook een uitstekende koopman te zijn, die zich bezig hield met vervening, houthandel en later ook met de verkoop en verhuur van onroerend goed. Hij ontdekte, dat het laagveengebied gelegen rossen de Fluessen en de Rien (water ten zuiden van Elabuizen en Oudega) zeer geschikt was voor vervening (turfwinning) en zo kwam bet oude vervenersbloed weer boven. Hij zorgde ervoor, dat de vervening in dit gebied tot bloei kwam en dat heeft hem geen windeieren gelegd. Tussen 1804 en 1810 kocht hij hiervoor het land aan. In het begin werkte hij samen met koopman Hendrik Brands van der Goot uit Balk onder de firmanaam 1. Meinesz en Compagnie. Daar­naast worden nog genoemd Harm ten Walde, koopman te Amsterdam, waarmee hij samen met Hendrik B. van de Goot in 1806 in Oudega 125 pondemaat land kocht op nummer 20 en in 1808 18 pondmaat op nummer 18. In Oudega en Nijega kocht hij samen met Harm Rikke 44 pondemaat en in 1810 alleen nog eens lIS pondemaat.in


Pagina 2 Pagina 3 Pagina 4